Visie & aanpak kwaliteit

Ons patiëntveiligheidsbeleid is er op gericht om risico's en ongewenste uitkomsten voor patiënten te voorkomen of te beperken. Om dit zo goed mogelijk te realiseren voorziet ons veiligheidsbeleid in een meldingssysteem van (bijna)-incidenten. Dit zijn gebeurtenissen met een (mogelijk) schadelijk gevolg voor de patiënt. We vinden het analyseren van de (bijna)-incidenten minstens zo belangrijk als het melden zelf zodat herhaling kan worden tegengegaan of voorkomen.

Daarnaast is het samenwerken met ondersteunende instanties een must om de kwaliteit van zorg te kunnen blijven garanderen. Het VIP2 GGZ is daarbij een belangrijk project om aan deel te nemen. In 2018 werden er indicatoren opgesteld en gemeten met betrekking tot ‘het inzetten van ervaringsdeskundigen’, ‘de volledigheid van het geneesmiddelenvoorschrift’ en ‘ons suïcidepreventiebeleid’.

Wat is VIP2 GGZ

Het Vlaams Indicatorenproject voor Patiënten en Professionals in de Geestelijke Gezondheidszorg (VIP2 GGZ) meet aspecten van de kwaliteit van zorg in de voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg. Psychiatrische ziekenhuizen, psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen, centra voor geestelijke gezondheidszorg, initiatieven voor beschut wonen, psychiatrische verzorgingstehuizen, mobiele equipes, revalidatiecentra voor drughulpverlening, psychosociale revalidatiecentra en centra ambulante revalidatie kunnen aan de hand van kwaliteitsindicatoren aspecten van hun kwaliteit van zorg meten. Die metingen leveren nuttige informatie op voor de zorgverleners en de zorgvoorzieningen zelf, voor verwijzers, voor de overheid, voor het brede publiek en last but not least voor de patiënt.

  • De voorzieningen kunnen die onderdelen van hun kwaliteit nauwgezet opvolgen en met elkaar vergelijken: op welke punten scoren ze goed, op welke minder. Dat is een stimulans om te verbeteren en van elkaar te leren. Het maakt duidelijk waar er marge tot verbetering zit en het helpt om keuzes te maken bij het inzetten van de beschikbare middelen.
  • Zowel voor de overheid als voor de patiënt /cliënt/burger/zorgverleners/… zijn de kwaliteitsindicatoren een bron van informatie over hoe het met de kwaliteit in de GGZ-sector in zijn geheel of in een bepaalde voorziening gesteld is.

Resultaten indicatoren 2018

Inzet van Ervaringsdeskundigen

Via inzet van ervaringsdeskundigen worden de herstelprocessen van patiënten/cliënten versterkt, zowel door coaching van de patiënten/cliënten zelf, als door beïnvloeding van de hulpverleners en beleidsmakers. In onze voorziening werken er 9 ervaringsdeskundigen, die worden ingezet bij allerlei verantwoordelijkheden en op verschillende niveaus. Eén iemand zetelt in de Raad van Bestuur en is dus ingeschakeld op beleidsniveau. De andere ervaringsdeskundigen situeren zich op procesniveau (deelname aan werkgroepen zoals ‘positieve beeldvorming’, ‘inspraak en info’, ‘WAVE’, …) of op individueel niveau (ontvangst en wegwijs, informatie, ondersteuning, …). Inspraak en participatie dragen we in het ziekenhuis hoog in het vaandel.

Geneesmiddelenvoorschrift

Met deze indicator wordt gemeten door externe auditoren hoeveel geneesmiddelenvoorschriften volledig ingevuld zijn. Het uitgangspunt is dat een volledig geneesmiddelenvoorschrift een voorwaarde is om goede kwaliteit van zorg en een juiste toediening van medicatie te organiseren binnen een ziekenhuiscontext.

Een volledig geneesmiddelvoorschrift betekent dat deze 10 elementen aanwezig zijn:

  • Naam en voornaam patiënt
  • Geboortedatum patiënt
  • Naam van het geneesmiddel
  • Toedieningsvorm van het geneesmiddel
  • Sterkte (met eenheid) van het geneesmiddel
  • Dosis per keer
  • Toedieningsfrequentie (aantal keer per tijdspanne, bijvoorbeeld 3 keer per dag)
  • Naam en voornaam van de arts
  • (Elektronische) handtekening van de arts
  • Datum van het voorschrift
  • In onze voorziening zijn voor het Nachthospitaal 100% van de gecontroleerde voorschriften volledig en bevatten zij de 10 elementen. Voor het Daghospitaal was dat 92.3%. De reden was het ontbreken van de ‘sterkte van het geneesmiddel’ op 1 van de gecontroleerde (13) medicatievoorschriften. Uiteraard houden we hier rekening mee.

    Suïcidepreventiebeleid

    Een adequaat suïcidepreventiebeleid omvat een aantal maatregelen die toetsbaar via een 10-punten checklist. Deze indicator wordt gemeten door externe auditoren vanuit andere voorzieningen in Vlaanderen.

    Deze indicator meet of volgende protocollen of richtlijnen aanwezig zijn in de documenten van de voorziening:

    1. Er is een richtlijn omtrent de formele inschatting van het suïciderisico van alle patiënten bij de eerste aanmelding in de GGZ-voorziening
    2. Er is een richtlijn aangaande patiënten met een suïciderisico.
    3. Er is een te volgen stroomdiagram voor patiënten met een suïciderisico
    4. Er is een richtlijn aangaande de aanpak van patiënten met suïciderisico die behandeladvies weigeren
    5. Er is een uitgeschreven samenwerkingsovereenkomst tussen minstens één andere zorgvoorziening om de continuïteit van zorg te waarborgen
    6. Er is een overzicht en/of verslag waaruit blijkt de voorziening jaarlijks potentieel suïcide faciliterende situaties identificeert
    7. Er is een richtlijn die voorschrijft dat suïcidepogingen en suïcides systematisch worden genoteerd in het (elektronisch) patiëntendossier
    8. Er is een meldsysteem om onder meer suïcidepogingen en suïcides te registreren
    9. Er is een richtlijn voor het systematisch analyseren van suïcidepogingen en suïcides
    10. Er is een overzicht van de interne en externe gevolgde opleidingen in verband met suïcidepreventie
    11. Het resultaat toont dus een score op 10, waarbij een score 0 betekent dat alle items van een suïcidepreventiebeleid afwezig zijn, terwijl score 10 wil zeggen dat alle items aanwezig zijn.

      In onze voorziening scoren we 8/10. Bij aanmelding is er geen systematische inschatting dat staat geschreven in een richtlijn. Dit dient dus nog op papier uitgewerkt te worden. Daarnaast hebben we in het voorbije jaar geen opleiding georganiseerd rond dit thema. Dit was wel het geval in 2016 en hebben we reeds opgenomen onmiddellijk na de evaluatie in 2018.

PSC Patientveiligheid